Maatschappijleer
Programma van de miniklimaatconferentie van vrijdag 29 januari.
Maatschappijleer
In een lange traditie heeft Maatschappijleer zich ontwikkeld van een louter discussievak tot een vak waarin onderzoek naar en analyse van maatschappelijke kwesties en problemen centraal zijn komen te staan. Op grond daarvan ben je als burger immers beter in staat om voorstellen, waar burgers, belangengroepen, maatschappelijke instellingen in het algemeen, en politieke partijen en de overheid in het bijzonder mee komen, op hun waarde te schatten.
De basis voor die analyse is eigenlijk heel simpel. Stel je in voorkomende situaties systematisch de volgende vragen:
Wat zijn de voornaamste kenmerken en gegevens?
Wie hebben er vooral mee te maken? Welke waarden, normen en belangen hebben zij?
Wat zijn de voornaamste verklaringen voor de situatie/ het probleem, zoals die zich voordoet?
Wil je oplossingen voor problemen beoordelen, dan is het vaak ook handig om over de grens te kijken en oplossingen die daar gebruikt worden naast die in Nederland te leggen. Uiteraard mag men niet zomaar kopiëren, maar moet altijd het hoe en waarom van een dergelijke oplossing er in betrokken worden.
Omdat burgers voor hun informatie over samenleving en politiek vooral van de massamedia afhankelijk zijn, besteedt Maatschappijleer daar flink wat aandacht aan, met als voornaamste bedoeling dat men er én intensief én op een bewuste en kritische manier gebruik van maakt.
Om zelf enigszins een idee te krijgen van wat Maatschappijleer inhoudt en om allerlei aardige testjes te doen, bijvoorbeeld over de eigen politieke voorkeur verwijs ik naar allerlei websites, zoals:
www.stemwijzer.nl
www.digischool.nl/ma/
www.schooltv.nl/aspecten_van_maatschappijleer/sociale/sociale.shtml
Daarnaast kun je een veelheid aan informatie vinden door simpelweg Maatschappijleer in te typen.
Hieronder voor de geïnteresseerden een kort overzicht van de uitgangspunten van alle vertegenwoordigde partijen en hun voornaamste standpunten. Ook Geert Wilders zit daarbij en daarnaast de Arabisch-Europese Liga (AEL), omdat deze partij op de langere duur mogelijk een belangrijke speler in de politiek Arena kan worden.
Partijen in de 2e kamer 2006-2010
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Trots op Nederland (TON, 1 zetel) |
Je kunt partijen onderscheiden op verschillende gronden. De voornaamste twee zijn hoe ze denken over economische en persoonlijke vrijheid.
Economische vrijheid versus sociale gelijkheid
Hoe meer je vindt dat bedrijven en ondernemers ruimte moeten krijgen om zelf te bepalen hoe zij hun bedrijf leiden, en onder welke voorwaarden, hoe rechtser de partij. Die vrijheid is volgens deze partijen goed omdat iedereen dan zo hard en zo slim mogelijk zijn werk doet, want dat levert de beste resultaten op.
Hoe meer je vindt als partij dat ondernemers zich aan allerlei regels moeten houden, bijvoorbeeld om sociale rechtvaardigheid en gelijkheid te bereiken, hoe linkser je bent. Bijvoorbeeld:
|
• |
Dat je iemand niet zomaar mag ontslaan. |
|
• |
Dat je er een minimaal bepaald loon moet worden betaald (het minimumloon). |
|
• |
Dat ondernemers ervoor moeten zorgen dat hun werknemers onder veilige en gezonde omstandigheden werken. |
|
• |
Dat het natuurlijke milieu niet belast mag worden met gif of andere vervuilingen. |
Persoonlijke vrijheid versus het houden aan tradities
Hoe meer partijen keuzes in het persoonlijke leven willen overlaten aan de burgers, hoe linkser de partij in moreel opzicht. Bijvoorbeeld in keuzes, zoals bij abortus, euthanasie, seksuele geaardheid, de vrijheid om je mening te geven.
Hoe meer partijen vinden dat burgers volgens de tradities, normen en waarden van religieuze en/of nationale aard moeten leven en handelen en hoe meer zij vinden dat de overheid dat ook dwingend aan burgers mag opleggen, hoe rechtser de partij in moreel opzicht.
Links
Midden
Rechts
SP Groen links PVDA D'66/AEL/ CU CDA VVD TON PVV SGP

Als iemand wil reageren op de inhoud mail mij dan: m.peulen@usgym.nl
Mathieu Peulen, docent Maatschappijleer op het Stedelijk Gymnasium
Socialistische Partij
De SP wil de stem van de massa laten horen en opkomen voor de ‘gewone man of vrouw’ in Nederland. De partij is, zoals de naam al zegt, socialistisch. Dat betekent dat de partij streeft naar een andere maatschappij, waarin mensen niet met elkaar concurreren, maar samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. Een democratisch gekozen regering moet de economie leiden en zorgen voor een rechtvaardige verdeling van geld en macht. De SP streeft naar werk voor iedereen, gratis gezondheidszorg en onderwijs en een schoon milieu.
De SP werd in 1972 opgericht door mensen die het communisme in China als voorbeeld zagen. In de beginjaren wilde de SP de maatschappij veranderen door een revolutie, zoals die ook in China en de Sovjet-Unie had plaatsgevonden. Eind jaren zeventig liet de partij dit denkbeeld los en wilde zij Nederland veranderen via het parlement en probeerde zij een zetel in de Tweede Kamer te veroveren.
De SP is ook altijd heel actief geweest buiten het parlement. De partij komt op voor de belangen van groepen mensen die in de problemen zitten omdat zij weinig geld en macht hebben. Zo bezit de partij een hulp- en informatiedienst voor mensen die problemen hebben met zaken als huur, belastingen of werk. Ook hebben ze een waarschuwingspunt, waar mensen milieuvervuiling door bedrijven kunnen melden.
Tevens heeft de SP een kernvisie: Heel de mens.[17] Dit stuk werd in 1999 vastgesteld door het SP-congres. Dit nieuwe beginselprogramma is een breuk met het Handvest 2000, het oude programma dat nog wel traditionele socialistische eisen zoals de socialisering van de productiemiddelen, arbeiderszelfbestuur en gebonden representatie behelsde. Men zou kunnen zeggen dat de SP hiermee een (links-)sociaaldemocratische partij is geworden.[18] Op dit moment tracht de partij echter invulling te geven aan het idee van de "democratisering van de economie," die een verregaande zeggenschap van werknemers (en mogelijk ook consumenten) binnen bedrijven, en dus socialisering van de productiemiddelen, mogelijk moet maken. In ieder geval is de SP op bepaalde punten nog wel radicaal in vorm, en staat de partij duidelijk links van de PvdA.[bron?]
Het grootste schrikbeeld van de partij is de "tweedeling", waarbij alleen de rijken en machtigen de beschikking hebben over voorzieningen waar, volgens de SP, iedereen over zou moeten beschikken. Te denken valt onder meer aan gezondheidszorg en onderwijs.
De SP kwam in 1994 voor het eerst in de Tweede Kamer met twee zetels. In 2003 heeft de partij negen zetels, één daarvan ging weer verloren omdat Lazrak weigerde zijn salaris grotendeels in de partijkas van de SP te stoppen. Volgens de SP moeten politici niet meer betaald krijgen dan gewone werknemers.
De grote doorbraak kwam in 2006, waarbij de SP 25 zetels wist te veroveren. Daarna ervoer ook de sP dat het met zo’n grote aanhang een stuk onrustiger kan worden en niet iedereen zich zoetjes achter de partijlijn schaart. In diverse steden en provincies stapten volksvertegenwoordigers van de SP op nadat zij de top van de SP beschuldigde van al te dwingende aanwijzingen en ook soms omdat zij hun verdiende geld niet meer in de SP-kas wilde storten. Voor gemeenteraadsleden bijvoorbeeld geldt dat zij hun vergoeding in het geheel aan de SP moeten afdragen.
De SP is zoals de naam al zegt een partij die nog het meest vasthoudt aan de socialistische idealen en de meest linkse partij in het parlement.
Fractievoorzitter en politiek leider: J.G.C.A. Marijnissen.
Een
aantal standpunten die de SP ondersteunt:
|
• |
Mensen in een achterstandsituatie, ouderen met alleen AOW, asielzoekers en mensen met minimum lonen moeten extra aandacht en steun van de regering krijgen. |
|
• |
Gelijkere lonen, er mag maximaal een verschil van 1 op 6 zijn, d.w.z. dat een directeur van Philips niet meer dan 6x het minimumloon mag verdienen. |
|
• |
Krakers van huizen, die leegstaan omdat er meer gespeculeerd wordt moeten met rust gelaten worden. |
|
• |
Gratis onderwijs, nu is het te duur voor de lagere inkomens Afschaffen 1040 uren norm. 1e Graads (universitair geschoolde) docenten moeten een hoger salaris krijgen(!) |
|
• |
Betere begeleiding voor ex-gevangen in de samenleving. |
|
• |
Opzeggen van het NAVO-lidmaatschap. Die is er vooral voor de Amerikanen. |
|
• |
Opzeggen van lidmaatschap van de Europese Unie. Die is er alleen voor de ondernemers. |
|
• |
Vrijheid van abortus, euthanasie, seksuele voorkeur. Bezuinigingen in gezondheidszorg mogen er niet toe leiden, dat mensen “gedwongen”worden om euthanasie te plegen. |
|
• |
Zuinig zijn met het natuurlijke milieu. Steun voor referenda om de democratie te versterken. |
Meer dan andere partijen maakt GroenLinks zich grote zorgen om het natuurlijke milieu. Om ook toekomstige generaties een kans te geven om prettig én gezond te leven moeten er drastische maatregelen genomen worden om het natuurlijke milieu te beschermen. Het moet mogelijk zijn een manier te vinden om op een milieuvriendelijke manier te produceren en te consumeren. Je kunt er zelfs geld aan verdienen. Bijvoorbeeld door energiezuinige auto’s of machines te maken. Hergebruik van allerlei materialen te stimuleren. Grondstoffen worden steeds kostbaarder; als je manieren bedenkt om hergebruik economisch slim doen kun je er ook weer aan verdienen. Maar je zult als overheid ook moeten ingrijpen in onnodige verspilling. Dat zal betekenen dat niet alles zomaar kan worden gemaakt en verkocht. Bijvoorbeeld blikjes fris kosten veel energie om te maken en leveren veel zwerfafval, plastic verpakkingen ook. Niet doen dus. Als dat eventueel tot duurdere producten leidt moeten mensen met de laagste inkomens gespaard worden. De verschillen tussen inkomens moeten kleiner worden, zodat de welvaart eerlijk wordt verdeeld. GroenLinks is er overigens geen voorstander van dat de overheid zich overal mee bemoeit. In persoonlijke keuzes over bijv. abortus, euthanasie, homoseksualiteit moeten mensen vrij zijn in hun keuzes. De regering moet een aantal grondrechten garanderen. Zo moet discriminatie worden tegengegaan. Mensen hebben verder het recht op een sociale uitkering als dat nodig is. Groen Links is, zoals de naam al zegt, een linkse partij, met de nadruk op het milieu. Sinds 2006 heeft de partij zeven zetels in de Tweede Kamer.
Halsema, de huidige politiek leider van GroenLinks heeft een debat over de politieke koers ingezet. Zij benadrukt de vrijzinnige idealen van GroenLinks en kiest vrijheid als kernwaarde; haar koers is wel geduid als links-liberaal.[51] Zelf zegt Halsema geen koerswijziging te willen forceren, en alleen te benadrukken dat GroenLinks in de "vrijheidslievende traditie van links" staat[52]. In navolging van Isaiah Berlin maakt Halsema onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid[53]. Negatieve vrijheid is volgens Halsema de vrijwaring van burgers van overheidsinvloed. Ze wil dit concept met name toepassen op de multiculturele samenleving en de rechtsstaat waar de overheid de rechten van burgers moet beschermen, niet beperken. Positieve vrijheid is de emancipatie van burgers uit armoede en achterstand. Halsema wil dit concept met name toepassen op de verzorgingsstaat en het milieu waar de overheid meer invloed moet krijgen. GroenLinks moet volgens Halsema een ondogmatische partij zijn, die een tikje anarchistisch is.
Fractievoorzitter en politiek leider: F. Halsema
Een
aantal punten dat Groen Links vooral ondersteunt:
|
• |
De bescherming van het natuurlijke milieu verdient de hoogste aandacht. Als dat betekent dat niet alles zomaar geproduceerd mag worden, omdat dat echt slecht is voor het milieu dan moet dat maar. |
|
• |
Stimulans van milieuvriendelijke en energiezuinig productie; overheid moet wetenschappelijke en technische ontwikkeling daarvoor de hoogste aandacht geven. Nederland kan daarin het goede voorbeeld geven én er geld aan verdienen. (Door die technieken aan andere landen te verkopen). |
|
• |
Mensen in een achterstandsituatie, ouderen met alleen AOW, asielzoekers en mensen met minimum lonen moeten extra aandacht en steun van de regering krijgen. |
|
• |
Verlagen van de uitgaven aan het leger en het voor de rest vooral inzetten voor vredesoperaties en hulpacties. |
|
• |
Meer en goedkoper openbaar vervoer i.p.v. meer wegen en meer auto’s. |
|
• |
Vanwege het milieu en het lawaai vliegverkeer aan banden leggen. |
|
• |
Asielzoekers, die het echt nodig hebben, moeten in Nederland een plekje kunnen vinden. |
|
• |
Productie van softdrugs onder controle van de staat, gebruik van softdrugs moet officieel worden vrijgegeven. |
|
• |
Experimenten met gebruik van heroïne –onder medisch toezicht- uit breiden, om zo drugscriminaliteit tegen te gaan en kwaliteit van het leven van harddrugsgebruikers te verbeteren. |
|
• |
Meer nadruk op de positieve kanten van immigratie en de sterke kanten van immigranten. |
|
• |
Vrijheid van abortus, euthanasie, seksuele voorkeur. Steun voor referenda om de democratie te versterken. |
Als sociaal-democratische partij streeft de Partij van de Arbeid naar betere kansen voor de mensen met lagere inkomens door een (voor de PVDA) eerlijkere verdeling van inkomen, kennis en macht. De PvdA probeert dat ideaal te bereiken door op te komen voor de mensen met een sociaal zwakke positie in de samenleving: de mensen met minder geld, kennis en macht. De PvdA is een gematigd links georiënteerde partij.
Dat blijkt o.m. uit het gegeven dat de PVDA grote inkomensverschillen feitelijk accepteert. Dat kan later via de belasting enigszins worden gecorrigeerd. Voor de PVDA zit het linkse er vooral in dat ontslagbescherming wordt geboden voor werknemers, dat er fatsoenlijke voorzieningen zijn en uitkeringen zijn voor zieken en ouderen of voor jongeren onder 27 juist geen uitkering, maar zicht op werk of opleiding. En dat kwestbaren in de sameleving geholpen worden er weer aan deel te gaan nemen.
De PvdA verzet zich tegen al te omvangrijke bezuinigingen op de gezondheidszorg, het onderwijs en het stelsel van sociale voorzieningen. Bij de vervroegde verkiezingen van 2003 kreeg de PvdA 42 zetels in de Tweede Kamer. Na dertien jaar (1989-2002) werd de PvdA nu de grootste oppositiepartij. In 2006 verloor de PVDA weliswaar ford (33 zetels), maar desondanks kwam de PVDA samen met het CDA en CU weer in de regering, omdat ook de VVD fors verloor (o.a. aan Wilders). DE SP zit de nu de PVDA op de nek, zowel qua zetels als qua standpunten. De SP is in feite meer naar het midden op geschoven en wat is er dan nog zo speciaal aan de PVDA? Het zal een hele klus worden voor Bos en co om het sociaal democratisch karakter helder over het voetlicht te krijgen
Fractievoorzitter 2e kamer: Jacques Tichelaar
Politiek
leider: W.J. Bos (minister van financiën)

De
standpunten, die de PVDA vooral ondersteunt, zijn:
|
• |
Progressief belastingstelsel, d.w.z. dat de hogere inkomens méér belasting moeten betalen dan de lagere inkomens (de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten). |
|
• |
De overheid moet bedrijven stimuleren om mensen in dienst te nemen/houden, bijvoorbeeld door subsidie te geven of belastingen te verlagen, of door mensen, die langdurig werkeloos blijven, een ID-baan te geven (bijv. conciërge op een school of toezichthouder in een wijk, klassenassistenten en conducteurs). |
|
• |
Lagere inkomens zouden sneller moeten kunnen stijgen, dan hogere inkomens. |
|
• |
Een goede sociale zekerheid, die streng maar rechtvaardig is. Zekerheid geven aan ouderen door een welvaartsvaste AOW. |
|
• |
Keihard optreden tegen misdaad èn keihard optreden tegen de oorzaken hiervan. |
|
• |
Nieuwe woningnood bestrijden: meer bouwen (ook voor ouderen en jongeren), opknappen van slechte woningen en aanpakken van de verloedering in oude wijken. |
|
• |
Betaalbaar en goed onderwijs op veilige en schone scholen; geen jongere van school zonder diploma. |
|
• |
De kerncentrale van Borssele sluiten, geen boringen in de Waddenzee toelaten en schone energie stimuleren. |
|
• |
Meer geld voor kortere wachtlijsten in de zorg; betaalbare ziekenfondspremies. |
|
• |
Gedoogbeleid drugs wordt gesteund, experimenten met medische verstrekking heroïne moeten mogelijk zijn. |
|
• |
Discriminatie bestrijden o.m. doordat iedereen goed Nederlands leert spreken en volwaardig meedoet in de samenleving. De overheid dient zich daar actief in op te treden. Mensen aanspreken aan de ene kant en helpen aan de andere kant. |
|
• |
Betaalbaar stads- en streekvervoer, goede wegen om steden bereikbaar te houden en de aankoop van natuurgebieden. |
|
• |
Vrijheid van abortus, euthanasie, seksuele voorkeur. Steun voor referenda om de democratie te versterken. |
D’66 is een partij, die zoveel mogelijk de verstandigste oplossing wil bedenken voor een bepaald maatschappelijk probleem. Niet vanuit sociaal democratische, christelijke of liberale ideeën, maar gewoon wat de beste oplossing is, en of dat de ene keer mee liberaal is en de andere keer meer sociaal democratisch of christelijk is dan is niet echt belangrijk. Ook vinden ze dat burgers best zelf méér mogen beslissen. Daarom zijn ze voor volksraadplegingen of referenda. Veel oplossingen voor problemen kunnen aan de bevolking voorgelegd worden en die kunnen dan besluiten wat de beste oplossing is, of dat men met een beter voorstel moet komen.
Ook de bestuurders kunnen het best zoveel mogelijk door de bevolking worden gekozen. Zo wil D’66 graag een gekozen burgemeester.
Eigenlijk lijkt D’66 nog het meest op een humanistische partij, omdat die ook mensen zoveel mogelijk verantwoordelijk wil maken voor hun eigen keuzes door ze zelf te laten nadenken over wat ze precies willen met hun leven en met de maatschappij. D66 werd in 1966 zelfs opgericht door mensen die meer directe invloed voor de kiezers wilden.
Jarenlang wilde D’66 zich echter niet verbinden met de één of de andere levensbeschouwing. Sinds enige tijd noemt de partij zichzelf ‘sociaal-liberaal’. Zij laat zich zowel door het liberalisme (vrijheid voor het individu) als door sociaal-democratische ideeën (sociale voorzieningen voor hen die het nodig hebben) inspireren. Nog steeds zoeken ze naar de meest verstandige oplossingen voor de problemen in de samenleving.
De verkiezingsresultaten van D66 lopen sterk uiteen, maar de partij werd in 2003 wel een factor van belang in de Nederlandse politiek al is het maar omdat ze weer deel gingen uit maken van de Nederlandse regering. De partij hielp met een fors geslonken aantal zetels, van 24 naar 6 zetels in negen jaar, CDA en VVD aan een meerderheid in het kabinet Balkenende II. Van het typische D66 speerpunt bestuurlijke vernieuwing kwam weinig terecht, waarop verantwoordelijk minister De Graaf uit het kabinet stapte. Het kabinet kwam in juni 2006 ten val omdat D66 zich helemaal uit het kabinet terugtrok, nadat bleek dat VVD minister van Vreemdelingenzaken en Integratie Rita Verdonk het ex-kamerlid en ex-Somali Ayaan Hirsi Ali onder druk had gezet om in een schriftelijke verklaring de schuld op zich te nemen in de kwestie over haar Nederlanderschap. Lijsttrekker voor de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 was Alexander Pechtold. Hij behaalde 3 zetels, de helft van de voorgaande dieptepunten van 6 zetels in 1972, 1982 en 2003.
Fractievoorzitter: Alexander Pechtoldt
De vraag naar de bestaansgrond is altijd een bewogen, een meeslepende en een terugkerende discussie geweest binnen D66. Het eerste partijcongres in 1966 omschreef haar als een radicale democratisering van de Nederlandse samenleving in het algemeen en van het Nederlandse politieke bestel in het bijzonder. Dit is een tweeslag maar de nadruk heeft lange tijd gelegen op de laatste component, de staatsrechtelijke vernieuwing. Speerpunten daarbij zijn het referendum, afschaffing van de Eerste Kamer, directe verkiezingen van de minister-president en burgemeesters, en de invoering van een gematigd districtenstelsel. Mede-oprichter Van Mierlo was dan ook een exponent van het democratisch radicalisme, een stroming die in de negentiende eeuw was vermalen tussen socialisme en liberalisme. Aan het eind van de twintigste eeuw kwamen de kaarten wat anders te liggen. Nadat het anti-dogmatische van de partij een heel eigen dogma leek te zijn geworden, wist de groep Opschudding in 1998 dit dogma te doorbreken en slaagde ze er als eerste in de partij een ondertitel mee te geven. D66 heet vanaf dan sociaal-liberaal. Opschudding verwoordde het zo: "D66 bestaat als sociaal-liberale partij om een duurzame, democratische en open samenleving op te bouwen, waarin de mens zich ontplooit in solidariteit met anderen.". Hiermee plaatste de partij zich in de vrijzinnige internationale politieke hoofdstroom van het progressief liberalisme en in de politieke filosofie van het ontplooiingsliberalisme. Dit legde de partij vast in haar statuten alsmede in de "Uitgangspunten van D66".
Met deze inbedding in het progressief liberalisme had D66 een tweede reden van bestaan. Deze tweede reden verving de eerste echter niet, de eerste ging er in wezen in op. Het ontplooiingsliberalisme stelde de vrije maar verantwoordelijke mens centraal. En het wil de mens, in gelijkwaardigheid tot elkaar, invloed geven om zelf invulling te geven aan het leven en de maatschappij. Voor dat laatste is openheid en democratie noodzakelijk en daardoor wordt de oorspronkelijke bestaansgrond ook door de tweede geïmpliceerd.
De
standpunten, die D’66 vooral ondersteunt:
|
• |
Invoering van een gedeeltelijk districtenstelsel. De helft van de kandidaten, die gekozen worden (75 van de 150) voor de 2e kamer worden voortaan in districten gekozen. Bijvoorbeeld wie de meeste stemmen in de Provincie Utrecht krijgt mag voor de provincie Utrecht in de 2e kamer gaan zitten. De andere 75 leden van de 2e kamer worden via het stelsel van evenredige vertegenwoordiging gekozen. Dat wil zeggen je krijgt evenveel zetels als dat je naar verhouding aan stemmen hebt gekregen. |
|
• |
Burgers kiezen zelf hun burgemeester en ook direct hun minister president, die zelf zijn/haar ministers kiest. |
|
• |
Invoering van referenda. Softdrugs legaliseren. Experimenten met medische verstrekking heroïne |
|
• |
Zoveel mogelijk alternatieve (leer- en taak-)straffen in plaats van gevangenisstraffen. |
|
• |
Stimuleren en investeren door de overheid in technologische vernieuwingen. |
|
• |
Op lage lonen minder belasting leggen, zo wordt werken aantrekkelijk. |
|
• |
Extra geld voor een schoner milieu als de economie groeit. |
|
• |
Scholen moeten kleiner worden, dan voelen leerlingen zich veiliger en krijgen ze meer aandacht. |
|
• |
Vrijheid van abortus, euthanasie, seksuele voorkeur. |
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie
De VVD is een rechtse partij, met zowel liberale, als conservatieve ideeën. Vanuit het liberale wil ze zoveel mogelijk vrijheid voor het individu en zo min mogelijk overheidsregels. Mensen moeten aangesproken worden op hun eigen verantwoordelijkheid. Ook de economie functioneert het best als de overheid niet teveel ingrijpt. Dat er dan behoorlijke verschillen in de inkomens van mensen ontstaan, vindt de VVD niet alleen geen probleem. Zij denkt, dat het mensen stimuleert om hun beste beentje voor te zetten.
De VVD wil dat er niet al te veel geld wordt uitgegeven aan allerlei sociale voorzieningen en dat er ook serieus werk wordt gemaakt van de aflossing van de schulden van de overheid. Belastingverlaging voor het bedrijfsleven is eveneens een belangrijk punt voor de VVD, omdat daarmee de concurrentiepositie van Nederland kan worden verbeterd.
De VVD werd in 1948 opgericht. Lange tijd trok de partij alleen kiezers in kringen van hoger opgeleide zelfstandigen (artsen, advocaten) en ondernemers. In de jaren zeventig kwam er meer nadruk op conservatieve standpunten. Minder tolerantie voor andere ideeën en culturen en meer angst voor een overvloed aan nieuwkomers Minder asielzoekers en het aanpassen aan de Nederlandse cultuur bijvoorbeeld. Terugdringen van criminaliteit en handhaven van ‘recht en orde’ werden nieuwe punten van de partij. Dat betekende juist een sterkere overheid en een regering die krachtig optreedt tegen misdadigers en buitenlanders dwingt in te burgeren. Daardoor groeide de aanhang van de partij. Ook minder welvarende mensen voelden zich nu aangetrokken tot het partijprogramma van de VVD.
De opkomst van het populisme
In aanloop tot de verkiezingen van 2002 leek de VVD opnieuw een enorme winst te gaan boeken. De opiniepeilers peilden in 2001 nog 50 zetels voor de VVD. De strategie die de VVD daarna koos was eenheid bewaren, een laag profiel houden en vooral geen controversiële dingen doen tot de verkiezingen. Een strategie die hopeloos mislukte, met de komst van Fortuyn in de politiek. Dijkstal maakte als lijsttrekker mede dankzij deze gekozen strategie een weinig inspirerende en matte indruk op de kiezer en verloor fors bij de gemeente- en tweede-kamerverkiezingen. De VVD die 1 jaar eerder nog als grootste partij gepeild werd verloor 14 zetels. Dijkstal kon niet anders dan zijn conclusies trekken en werd opgevolgd door Gerrit Zalm. Daarnaast koos de VVD ook voor een forse vernieuwing van de partijorganisatie. Zo stapte de partij landelijk over op het systeem van one-man-one-vote en zou de lijsttrekker direct door de leden gekozen worden. Ondanks het forse verlies bij de verkiezingen was er weinig alternatief dan toetreden tot het eerste kabinet-Balkenende (CDA/LPF/VVD). Door de snelle val van het kabinet wist de VVD in 2003 alweer 4 zetels terug te winnen, en trad wederom toe tot de regering. Zalm werd minister en opgevolgd door Jozias van Aartsen. Ondanks de winst bij de verkiezingen was nog geen sprake van een compleet herstel. Zo leverde de partij wederom zetels in bij de provinciale en Europese verkiezingen in 2004.
[bewerk] Discussies en verdeeldheid
Na de toetreding van Zalm tot het kabinet, kwam een oude discussie binnen de partij weer naar boven. De VVD heeft nooit willen kiezen of de politiek leider de fractievoorzitter of de aanvoerder van de VVD-ploeg in het kabinet is. Na een aantal botsingen tussen Gerrit Zalm en Jozias van Aartsen bepaalde de ledenvergadering dat Van Aartsen als fractievoorzitter de ‘politiek aanvoerder’ was. Na stevige discussies stelde de algemene vergadering van de VVD in 2005 een nieuw Liberaal Manifest vast, waarbij bleek dat de ideeën van Van Aartsen ook weerklank vonden bij de leden.
Van Aartsen gunde zijn fractieleden erg veel vrijheid en dat ging vaak ten koste van de eenheid. Zo leken Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders vaak een eigen koers te varen ten opzichte van de fractie. Toen de regie wat strikter werd scheidde Geert Wilders zich in 2004 af van de partij. Voor het eerst scheidde een VVD'er zich af. Vlak voor de verkiezingen deed Anton van Schijndel hetzelfde. De teleurstellende uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006 was voor Van Aartsen aanleiding om terug te treden. Daarom vond er een vervroegde ledenraadpleging plaats over de nieuwe lijsttrekker voor de komende verkiezingen.
Het was de eerste keer dat de leden zo direct hun lijsttrekker voor de tweede-kamerverkiezingen konden kiezen. De twee voornaamste kandidaten hadden een duidelijk verschillende stijl: Mark Rutte als geroutineerd politicus die zich op de linkervleugel richtte en Rita Verdonk die als nieuw talent van buitenaf aangetrokken onder Balkenende II vooral de rechtervleugel aansprak. Aanvankelijk leek Rita Verdonk de lijsttrekkerverkiezingen te winnen, mede omdat opiniepeilers vooral de electorale achterban peilde en geen goede methode hadden om leden te peilen. Ondanks deze peilingen bleek binnen de partij uiteindelijk een meerderheid van 51% voor Mark Rutte te kiezen, tegen 46% voor Rita Verdonk. De VVD was ondertussen in de peilingen gestegen naar 36 zetels, mede door de vele media-aandacht voor de ledenraadpleging.
Het bleek vanaf september toen de campagnes op gang kwamen niet mogelijk deze score vast te houden. De partij leek verdeeld te zijn en verloor uiteindelijk toch 6 zetels (22 zetels) bij de verkiezingen. Voor het eerst in de geschiedenis haalde een kandidaat op een lijst meer stemmen dan de lijsttrekker. Om de kiezers niet te schofferen, wilde Rita Verdonk een onderzoek naar wat deze uitslag zou moeten betekenen voor het politiek leiderschap, hierbij gesteund door Hans Wiegel en Frits Bolkestein. Besloten werd dat een commissie onder leiding van Sybilla Dekker de recente campagnes van de partij onderzoekt.
Op 14 september 2007 heeft Mark Rutte Rita Verdonk op grond van een fractiebesluit uit de VVD-fractie gezet[1]. Aanleiding hiervoor waren publicaties over een bijeenkomst waarin zij gesteld had dat de VVD onzichtbaar was in debat over het vreemdelingenbeleid[2], waardoor er geen vertrouwen meer bestond om met haar verder te werken. Het fractiebesluit ontketende een discussie binnen de gehele partij over de juistheid van het besluit zelf en de toekomst van de partij. Tijdens de algemene ledenvergadering op 15 september 2007 - die eigenlijk de uitslag van het onderzoek van Sybilla Dekker zou behandelen - werd door een aantal leden opgeroepen tot onder andere het opstappen van Mark Rutte en het partijbestuur of zelfs het terugdraaien van het fractiebesluit. Twee derde van de aanwezige leden steunde echter het besluit van de fractie. Uiteindelijk werd alleen een motie aangenomen waarbij het partijbestuur - met medewerking van een aantal ereleden - een poging moet ondernemen om Rita Verdonk voor de VVD actief te laten blijven. Verdonk maakte op 17 september 2007 bekend haar zetel in de Tweede Kamer te behouden en ook haar lidmaatschap van de VVD niet opzegt. Zij vormde daarmee naast de reguliere fractie van de partij een VVD-eenmansfractie. Sinds maandag 15 oktober 2007 heeft Verdonk haar partijlidmaatschap van de VVD opgezegd en een eigen partij Trots op Nederland opgericht.
Fractievoorzitter
en politiek leider: Marc Rutte
Standpunten,
die de VVD vooral ondersteunt:
|
• |
Lagere belastingen en minder uitgaven door de overheid. |
|
• |
Loonkosten moeten omlaag voor het bedrijfsleven. |
|
• |
Er moeten meer wegen gebouwd worden, anders loopt Nederland vast. . Om autorijden betaalbaar te houden, moet de belasting op benzine omlaag. |
|
• |
Discriminatie bestrijden, maar immigranten dienen wel moeite te doen om in Nederland te integreren |
|
• |
Minder voorzieningen voor gevangenen en méér gevangenen op één cel. |
|
• |
Vrijheid van meningsuiting. |
|
• |
Onder voorwaarden (bijvoorbeeld respecteren van mensenrechten) moet Turkije tot de EU kunnen toetreden. |
|
• |
De EU is voor Nederland en het Nederland bedrijfsleven van het grootste belang. |
|
• |
Om terrorisme goed te bestrijden moeten de veiligheidsdiensten meer middelen krijgen. |
|
• |
Vrijheid van abortus, euthanasie, seksuele voorkeur. |
De LPF werd enkele maanden voor de verkiezingen van mei 2002 opgericht door Pim Fortuyn. Hij beloofde politieke problemen geheel anders aan te pakken dan de paarse kabinetten van PvdA, VVD en D66 hadden gedaan. Van het onderwijs en de gezondheidszorg zou een puinhoop zijn gemaakt en buitenlanders zouden zich te weinig aanpassen en veel te makkelijk Nederland binnen kunnen komen (als asielzoekers, maar ook huwelijkspartners en als gevolg van gezinshereniging), waardoor de Nederlandse cultuur van onderlinge tolerantie bedreigd zou worden. Als homoseksueel merkte Fortuyn dat persoonlijk. Met name waarschuwde Fortuyn veelvuldig tegen de invloed van de Islam in Nederland. Verder vond hij de aandacht voor het milieu sterk overdreven en wilde hij dat er openlijker politiek werd bedreven (geen achterkamertjespolitiek).
Op 6 mei 2003, ruim een week voor de verkiezingen, werd Pim Fortuyn vermoord door een milieuactivist. Voor Volkert van de G. dreigde Fortuyn over de zwakkeren (buitenlanders en de natuur) in de samenleving heen te denderen. Het was echter de eerste keer dat in Nederland iemand via geweld en zelfs moord zijn gelijk probeerde te krijgen. De LPF behaalde evenwel 26 zetels in de Tweede Kamer en ging samen met VVD en CDA de regering vormen. Enkele maanden later viel het kabinet al weer omdat de 2 ministers van de LPF bijna met elkaar op de vuist gingen en ook in de 2e kamerfractie was men het vaak zeer heftig met elkaar oneens en vlogen de onderlinge beschuldigingen over en weer. Sinds 2003 heeft de LPF acht zetels in de Tweede Kamer, zit ze niet meer in de regering en is het een stuk rustiger rondom de LPF. Na de verkiezingen van 2006 verdween de partij weer helemaal uit de 2e kamer en werd haar positie in feite overgenomen door de PVV van Geert Wilders.
Standpunten,
die de LPF ondersteunde:
|
• |
Wil dat de overheid sterk bezuinigt, vooral door een groot aantal ambtenaren te ontslaan. |
|
• |
Minder beperkende regels voor het bedrijfsleven. |
|
• |
Mensen die optreden tegen vandalen, dieven en geweldplegers moeten beloond worden. |
|
• |
Door bedrijven in de gezondheidszorg te laten concurreren krijg je een veel goedkopere ziekenzorg. |
|
• |
Laat particuliere bedrijven de gevangenissen regelen, krijg je veel goedkopere gevangenissen. |
|
• |
Immigratie sterk beperken en nieuwkomers pas de Nederlandse nationaliteit gunnen als ze minstens 10 jaar in Nederland wonen, geïntegreerd zijn en zich netjes gedragen hebben. |
|
• |
Vrijheid van abortus, euthanasie, seksuele voorkeur. |
Christen Democratisch Appèl
De politiek van het CDA wordt geïnspireerd door het evangelie. Dat wil niet zeggen dat het CDA bij elk probleem de bijbel opslaat. Het betekent dat de partij zich baseert op christelijke waarden zoals naastenliefde en zorg voor de zwakkeren in de samenleving. Het CDA gaat er vanuit dat niet de staat maar mensen voor elkaar verantwoordelijk zijn en dat zij elkaar moeten helpen (de zorgzame samenleving).
De politieke ideeën van het CDA zijn op dit moment eerder rechts, dan links. Dat komt omdat de nadruk wordt gelegd op de handhaving van de Nederlandse (christelijke) waarden en normen en niet zozeer op een sociaal rechtvaardige samenleving met de nodige sociale voorzieningen. Voor een groot deel is dat te verklaren omdat ze zich sterk heeft gemaakt voor een deel van het LPF programma (vreemdelingenbeleid). Voor het CDA is het maatschappelijke middenveld (allerlei maatschappelijke organisaties, zoals vakbonden, werkgeversorganisaties, maar ook organisaties van buitenlanders en nieuwkomers) erg belangrijk. Het CDA vindt namelijk dat problemen het best door overleg kunnen worden opgelost. Bij de vervroegde verkiezingen van 2003 kreeg het CDA 44 zetels in de Tweede Kamer. In 2006 verloor men er 3, maar het CDA bleef de grootste partij. In de jaren 1994 tot 2002 zat het CDA in de oppositie, maar sinds 2002 is het CDA de grootste regeringspartij.
Fractievoorzitter:
Pieter van Geel

Politiek
leider (en premier): J.P. Balkenende.

Partijstandpunten
Kernwaarden
De partijstandpunten van het CDA komen in grote mate overeen met die van andere grote Europese christen-democratische partijen. Hierbij spelen een viertal kernbegrippen, die de kernwaarden van de Bijbel vertalen, een belangrijke rol:
Gespreide verantwoordelijkheid: het principe dat de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van de samenleving bij verschillende personen en organisaties ligt en niet bij één organisatie. Dit principe gaat uit van een grotere eigen verantwoordelijkheid, waarbij het individu meer verantwoordelijkheid neemt voor de maatschappij om hem heen. Omdat het individu niet alles alleen kan gelooft het CDA in een sterk maatschappelijk middenveld met organisaties die groepen individuen verenigt in het uitoefenen van verantwoordelijkheid voor een bepaald maatschappelijk aspect (zoals, vakbonden en werkgeversbonden op het gebied van arbeidsverhoudingen). In laatste instantie, als 'de maatschappij' er zelf niet meer uitkomt behoort de overheid uitkomst te bieden. Dit hangt samen met het begrip soevereiniteit in eigen kring. In de verhoudingen tussen verschillende schaalniveau's past het CDA het principe van subsidiariteit toe: de verantwoordelijkheid moet daar liggen waar die het best genomen kan worden en bij voorkeur op een zo laag mogelijk schaalniveau.
Gerechtigheid: het principe van rechtvaardigheid, volgens welke goede daden beloond worden en slechte bestraft. Het principe houdt ook in dat iedereen in zijn waarde gelaten moet worden en het recht heeft zich te ontplooien.
Solidariteit: het principe dat men dient te zorgen voor kwetsbaren in de samenleving. Het (Bijbelse) begrip naastenliefde ligt hieraan ten grondslag.
Rentmeesterschap: het principe dat de mens goed voor de aarde waarop hij leeft moet zorgen. Dit komt in de praktijk neer op een goede zorg voor het milieu, maar houdt voornamelijk de plicht in de aarde in leefbare staat door te geven aan het nageslacht.
Standpunten in de praktijk
De kernwaarden vertalen zich in de praktijk in onder meer de volgende standpunten:
Vanuit het principe van gespreide verantwoordelijkheid is het CDA in de afgelopen twintig jaar voorstander geweest van een terugtredende overheid die meer ruimte geeft aan mensen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Hierin gaat het CDA echter minder ver dan de VVD, die het ontstane 'gat', dat de terugtredende overheid achterlaat, wil laten opvullen door de markt in plaats van door maatschappelijke organisaties. Hoewel het CDA het kapitalisme niet afwijst en de pogingen om meer marktwerking in de publieke sector in te voeren steunt, ziet het CDA de markt niet als ultieme oplossing voor problemen op het gebied van efficiency en maatschappelijke verhoudingen. De gereserveerde houding van het CDA ten opzichte van de markt blijkt onder meer uit het standpunt dat de no-claimregeling in de zorg afgeschaft moest worden.
Om een samenleving te creëren waarin mensen weten waar ze aan toe zijn en respect krijgen hecht het CDA vanuit het principe gerechtigheid veel waarde aan het herstel van normen en waarden.
Hoewel het CDA een van de drijvende krachten is geweest achter de versobering van de sociale zekerheid, komt de kernwaarde solidariteit naar voren in de wens belastingen en toeslagen inkomensafhankelijk te houden. Vanuit dit principe is het CDA bijvoorbeeld tegen verdere liberalisering van de huurmarkt. Ook de aflossing van de staatsschuld in één generatie wordt vanuit het standpunt van solidariteit (tegenover toekomstige generaties) verdedigd.
Vanuit het principe rentmeesterschap wil het CDA de uitstoot van CO2 terugdringen. Vanuit dit standpunt staat het CDA niet afwijzend tegenover het opwekken van kernenergie voor de middellange termijn [1]. Vanuit het principe van rentmeesterschap is het CDA voorstander van strengere Europese regels met betrekking tot dierenwelzijn.
Volgens
het CDA:
|
• |
Moeten werkgevers en werknemers samen onderhandelen over loon en werkomstandigheden en deels zelfs over uitkeringen, de overheid moet zich daarmee niet bemoeien. |
|
• |
Moeten werkgevers – een deel- gaan betalen voor werknemers, die –tijdelijk- moeten zorgen voor jonge kinderen of andere hulpbehoevenden. |
|
• |
Moeten meer mensen voor elkaar gaan zorgen, pas als dat echt niet lukt mag je een beroep op de overheid doen (thuiszorg). |
|
• |
Scholen en ziekenhuizen moeten zelf meer hun regels bepalen, en de overheid moet zich er minder mee bemoeien. Wel moet er een ondergrens zijn zoals de 1040 urennorm |
|
• |
Moeten misdadigers harder worden aangepakt. |
|
• |
Moet het misbruik van uitkeringen harder worden aangepakt. |
|
• |
Zou abortus het liefst weer verboden moeten worden, maar mag een vrouw in ieder geval niet alleen beslissen over abortus. De praktijk van euthanasie zou beperkt moeten worden en ook waar mogelijk zou prostitutie moeten worden tegengegaan. Bestrijding discriminatie van allochtonen en homoseksuelen. |
|
• |
Moeten drugs weer hard aan gepakt worden, ook softdrugs. |
|
• |
Moeten de Nederlandse waarden en normen veel meer aandacht krijgen. Moet er veel meer aandacht voor het gezin komen. |
|
• |
Moet kernenergie weer mogelijk zijn als oplossing voor het klimaat probleem. |
De ChristenUnie is een unie van twee in het parlement vertegenwoordigde partijen, te weten de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) en het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV).
Dit zijn protestants-christelijke partijen, die vasthouden aan bijbelse voorschriften. Voor de ChristenUnie betekent dat ze aan de ene kant tegen abortus en euthanasie is (Het leven wordt door God gegeven en door God genomen), maar aan de andere kant ook vindt dat sociale voorzieningen gehandhaafd moeten worden (naastenliefde), en dat er maatregelen moeten worden genomen om de natuur te beschermen tegen het onverantwoorde handelen van mensen (De mens heeft de natuur geleend van God en mag haar niet misbruiken, rentmeesterschap.).
De ChristenUnie wordt sinds haar ontstaan nog al eens als links bestempeld, in tegenstelling tot haar voorgangers GPV en RPF, die vaak samen met de SGP tot "klein christelijk rechts" werden gerekend. Partijleider André Rouvoet distantieert zich echter van het links-rechtsdenken en bestempelt zijn partij consequent als "christelijk-sociaal". Op het gebied van sociaal beleid, asielbeleid en milieuzaken wordt regelmatig met linkse partijen als PvdA, SP en GroenLinks opgetrokken. Op het gebied van drugsbeleid, medisch-ethische kwesties (als abortus en euthanasie), het Midden-Oostenconflict en het buitenlandse beleid doen zich daarentegen sterke verschillen voor tussen de ChristenUnie en dergelijke partijen. Dit geldt ook voor de discussie rondom het spanningsveld tussen godslastering en vrijheid van meningsuiting. De ChristenUnie heeft in diverse gemeenten vloekverboden gerealiseerd of voorgesteld, meestal samen met de SGP.
De ChristenUnie heeft 6 zetels in de Tweede Kamer en vormt samen met PVDA en CDA de regering sinds 2007.
Politiek leider: A. Rouvoet. Fractievoorzitter Arie Slob
Volgens
de ChristenUnie:
|
• |
Moeten abortus en euthanasie verboden worden. Handel en gebruik van alle soorten drugs hard worden aan gepakt. |
|
• |
Moet de overheid strikt volgens de regels van de bijbel regeren. |
|
• |
Moet het homohuwelijk afgeschaft worden en uitingen van homoseksualiteit verboden worden. |
|
• |
Moeten winkels op zondag gesloten worden en de zondagsrust in het algemeen gerespecteerd te worden. |
|
• |
Moeten ouders zelf hun kinderen opvoeden, dus is de CU tegen een sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders. |
|
• |
Moeten we de kinderbijslag verhogen om ouders met kinderen te helpen in dure tijden. |
|
• |
Moet het natuurlijk milieu beschermd worden. We hebben de aarde geleend van God, we moeten er zuinig mee omgaan, zodat onze kinderen er ook gebruik van kunnen maken. |
Staatkundig Gereformeerde Partij
Voor de SGP is de bijbel niet een inspiratiebron, zoals bijvoorbeeld voor het CDA, maar de hoogste wet. Als enige partij wil de SGP dat de scheiding tussen kerk en staat wordt opgeheven. Als het aan de SGP ligt, zou de overheid strikt de bijbel volgen en zich opstellen als een dienaar van God. De SGP vindt dat daarbij alleen de gereformeerde leer gevolgd mag worden en is dus in principe tegen godsdienstvrijheid.
Bij alle politieke zaken neemt de partij de bijbel als uitgangspunt. Men zet zich in voor bijvoorbeeld een strikte naleving van de zondagsrust en een vloekverbod en men wees eerst de radio en later ook de televisie af vanwege hun kwalijke invloed. Ook stelt de SGP zich op het standpunt dat vrouwen geen minister of Kamerlid mogen worden, omdat de bijbel dat verbiedt. Bescherming van het leven is voor de SGP een belangrijk onderwerp; abortus en euthanasie wijst de partij af.
De SGP-aanhang bevindt zich onder leden van Gereformeerde Gemeenten en andere gereformeerde kerken. De partij is niet verbonden aan één bepaald kerkgenootschap. De SGP heeft (bijna altijd) twee zetels in de Tweede Kamer.
Fractievoorzitter en politiek leider: B.J. van der Vlies
Volgens
de SGP:
|
• |
Moeten abortus en euthanasie verboden worden. |
|
• |
Moet de overheid strikt volgens de regels van de bijbel regeren. |
|
• |
Moet het homohuwelijk afgeschaft worden en uitingen van homoseksualiteit verboden worden. |
|
• |
Moeten winkels op zondag gesloten worden en de zondagsrust in het algemeen gerespecteerd te worden. |
|
• |
Moeten ouders zelf hun kinderen opvoeden, dus is de SGP tegen een sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders. |
|
• |
Moet de kinderbijslag verhoogd worden om ouders met kinderen te helpen in dure tijden. |
|
• |
Moet voor moord de doodstraf mogelijk zijn. |
|
• |
Moet Nederland als land zijn eigenheid houden binnen de EU. |
|
• |
Moet de overheid zich zo min mogelijk met bedrijven moet bemoeien. |
Nederland is vol en moet zijn eigen identiteit niet laten overnemen door wezensvreemde culturen als de islam. Het onafhankelijke Kamerlid verzet zich ook tegen ’ verwatering’ van de Nederlandse identiteit binnen de Europese Unie.
Wilders stapte in september vorig jaar uit de VVD en is vastbesloten met een eigen partij aan de eerstvolgende Tweede-kamerverkiezingen mee te doen. Hij kondigt aan dat hij nog komt met een lijst van ’ gekwalificeerde kandidaten met ruggengraat’. Wilders wil voor alles af van het beeld dat hij een anti- islampartij zou willen vormen. Hij geeft de schuld aan de politieke elite van ’ laffe en bange mensen (van welke partij dan ook)’ die de problemen de afgelopen jaren uit de hand heeft laten lopen. Zijn collega-politici in de Kamer omschrijft Wilders als ’ grijze muizen’ die vooral hun eigenbelang nastreven. ,, We moeten durven dromen en aldus mogelijk maken wat in Den Haag onmogelijk wordt geacht,’’ aldus Wilders. Nederland moet weer trots, welvarend en onafhankelijk worden, was de hoofdlijn van het twintig pagina’s tellende beginselprogramma.
In 2006 kwam de PVV in één keer met 9 zetels de 2e kamer binnen. In de peilingen doen ze het soms nog beter, al heeft Wilders ter recterzijde concurrentie gekregen van Rita Verdonk en de door haar opgerichte partij Trots op Nederland.
Parijleider, fractievoorzitter, partijvoorzitter en in feite eigenaar van de PVV
Op 8 augustus 2007 pleitte Wilders in een ingezonden brief in de Volkskrant voor een verbod op de Koran.[7] Hij noemde de Koran een fascistisch boek en "het islamitische Mein Kampf" en het zou volgens hem verboden moeten worden. Verder sprak hij van "de islamitische invasie", wilde hij "geen moslimimmigrant er meer bij" en zou de politiek "meewerken aan de transformatie van Nederland in Nederabië als provincie van de islamitische superstaat Eurabië".
Het debat kwam verder op scherp te staan, nadat Wilders op 6 september 2007 minister Ella Vogelaar (Wonen, Wijken en Integratie) tijdens een debat in de Tweede Kamer over islamisering "knettergek" noemde. Dit zei Wilders naar aanleiding van een interview met de bewindsvrouw, enkele maanden eerder, waarin zij had gezegd zich voor te kunnen stellen dat er over een paar eeuwen gesproken zou worden van de joods-christelijke-islamitische tradities van Nederland. [10]
Koranfilm "Fitna"
Op 28 november 2007 maakte Wilders via De Telegraaf bekend te werken aan een film over de Koran. De film geeft Wilders' opvatting weer dat de Koran een facistisch boek is, dat nog altijd aanzet tot geweld. Het zou eind januari 2008 (later maart) op de televisie uitgezonden moeten worden. Wilders is in gesprek met diverse zenders over het uitzenden. Mocht dit niet lukken, dan wil de PVV-fractievoorzitter proberen het uit te zenden via zendtijd voor politieke partijen[11]. Al voordat de film uitkomt veroorzaakt deze veel opschudding. Onder andere de ministers Ernst Hirsch Ballin (Justitie), Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken) en Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) hebben Wilders gewezen op de gevolgen die de film zou kunnen hebben[12]. De islamitische organisatie Hizb ut-Tahrir besloot naar aanleiding van het nieuws over de productie van de film folders uit te delen tegen "lasterwerk van de islam"[13]. Begin januari 2008 werd bekendgemaakt dat de film zodra hij af is op YouTube zal worden gezet[14]. Enkele dagen na dit bericht doken meerdere vervalsingen van de film op YouTube op[15].
Zowel in binnen- als in buitenland leven zorgen dat de inhoud van de film kwetsend zou kunnen zijn, en risicovolle reacties zou kunnen oproepen op het gebied van openbare orde, veiligheid en economie. Het kabinet bereidt zich voor op de mogelijke gevolgen die uitzending van de film zou kunnen hebben, in het binnen- en het buitenland[16]. Wilders zelf gaf in een reactie op 22 januari in Nova hierop aan het "te zot" en "onbegrijpelijk" te vinden, omdat niemand de inhoud er nog van kent[17].
Terwijl op de uitzenddatum 25 januari 2008 (tijdens de Zendtijd voor politieke partijen) werd gewezen, werd de presentatie van de film uiteindelijk uitgesteld[18]. Op 9 februari 2008 maakte Wilders de naam van de film bekend: Fitna, wat staat voor "beproeving" en "het kwaad" in het Arabisch[19].
Imago
Zijn uitgesproken stellingnamen zijn er de oorzaak van dat Wilders de publieke opinie sterk verdeelt. Bijval komt vaak van tegenstanders van het zogenaamde politieke establishment of juist van liberale tegenstanders van een, volgens hen, te weinig daadkrachtige of te weinig economisch-liberale VVD. Ook weet Wilders sympathie op te wekken bij voormalige aanhangers van Pim Fortuyn, met wie hij door sommigen wordt vergeleken. Anderen daarentegen betichten hem van het klakkeloos kopiëren van Fortuyns gedachtegoed, puur uit electorale overwegingen.
Eind november 2004 stond Wilders in de peilingen voor de Tweede Kamer op een zeteltal van circa dertien, wat vooral ten koste ging van de VVD die op dat moment slechts op zo'n 22 zetels uitkwam. De sentimenten rondom de moord op Theo van Gogh droegen daar zeker ook aan bij.
In februari 2006 publiceerde Wilders cartoons uit de Deense krant Jyllands-Posten op zijn website, nadat deze opschudding hadden veroorzaakt onder moslims in verschillende landen (zie ook Deense cartoonrellen). Volgens sommige peilingen steeg zijn aanhang daarna weer.
Eind 2007 ergerde Wilders zich aan de kersttoespraak van koningin Beatrix omdat die volgens hem tegen de PVV was gericht[20]. Hij opperde dat koningin Beatrix geen deel meer moet uitmaken van de regering en nog uitsluitend ceremoniële taken moet vervullen[21].
Bedreiging
Vooral sinds Wilders in de media kwam, na zijn pamflet, wordt hij bedreigd. Zijn eerste bedreiging dateert echter al van 10 oktober 2003, waarop de bedreiger gearresteerd en schuldig verklaard werd. Echter sinds de weken na zijn afsplitsing van de VVD kan men spreken van een stroom van bedreigingen.
Na de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004, werd Wilders in het geheim meegenomen naar een schuiladres, omdat de politie het risico voor Wilders te groot achtte. Sindsdien wordt hij 24 uur per dag bewaakt. In eerste weken die volgden werd Wilders elke dag, en soms meerdere keren per dag, naar nieuwe locaties gebracht. Op 15 december keerde Wilders voor de eerste keer terug in de Tweede Kamer. Enkele weken later kreeg hij een vaste, toentertijd geheime, locatie in een gevangeniscel op Kamp Zeist.
Nog regelmatig doet Wilders aangifte van, veelal anonieme en via e-mail verstuurde, bedreigingen aan zijn persoon die merendeels uit (extreem-)linkse en (radicaal-)islamitische hoek komen.[bron?]
Politicus van het jaar
Op 15 december 2007 werd Wilders door de NOS-radio tot Politicus van het Jaar 2007 uitgeroepen. De parlementaire pers roemt hem om zijn vermogen "de politieke discussie te overheersen", het "debat naar zich toe te trekken" en de "publiciteit te halen met goed getimede one-liners".[22] Omdat Wilders de enige was die zowel bij pers als publiek hoog scoorde, is hij door de redactie tot uiteindelijke winnaar uitgeroepen.[23]
Wilders
stelt een aantal stevige maatregelen voor:
|
• |
,,Nederland is vol,’’ verklaart hij, in navolging van onder meer wijlen Pim Fortuyn. Vanwege ’ immense’ integratieproblemen wil Wilders voorlopig geen asielzoekers meer toelaten. Jaarlijks mogen maximaal vijfduizend politieke vluchtelingen naar Nederland komen, maar alleen als vaststaat, dat zij niet terechtkunnen in hun eigen regio. |
|
• |
Islamitische scholen én de Koran moeten worden verboden. ,, Islam en democratie zijn onverenigbaar,’’ aldus Wilders. De Islam gaat regelrecht in tegen Nederlandse tradities zoals gelijke rechten voor mannen, vrouwen en homo’s. |
|
• |
Hoofddoekjes worden verboden voor vrouwen met een publieke functie. |
|
• |
Op veiligheidsterrein staat de Groep- Wilders harde maatregelen voor. Wie drie keer een geweldsdelict pleegt krijgt levenslang. |
|
• |
Het aantal gevangenen op één cel kan naar vijf. |
|
• |
Wilders vindt dat onderwijzers en ouders zelf over het lesprogramma van hun kinderen moeten beslissen. |
|
• |
Nederland moet een aparte status krijgen in de EU, zodat het immigratiebeleid, de verzorgingsstaat, het strafrecht en landbouwbeleid in Nederlandse handen blijven. |
|
• |
De EU mag van Wilders niet uitbreiden en zeker niet met Turkije. |
|
• |
Ontwikkelingshulp afschaffen, behalve noodhulp. Makkelijker maken voor ontwikkelingslanden om hun producten aan ons te verkopen. |
|
• |
Lagere belastingen en minder regels voor het bedrijfsleven. |
|
• |
Meer mensen aan het werk door het afschaffen van het minimumloon en ontslagbescherming. |
|
• |
Vrijheid om je mening te uiten is een van de voornaamste rechten. |
|
• |
Referenda, volksraadplegingen over de belangrijke onderwerpen, zoals de toetreding van Turkije. |
|
• |
Naturalisatie kan alleen indien men tien jaar in Nederland werkzaam is geweest en gedurende die tien jaar geen misdrijf heeft gepleegd, tot die tijd kan men geen beroep doen op de sociale zekerheid. |
De Partij voor de Dieren (afgekort PvdD). De partijvoorzitter is Marianne Thieme. De partij heeft als hoofdthema het streven naar een diervriendelijker beleid. Nederland is sinds 30 november 2006 het eerste land ter wereld waarin een partij met dit hoofdthema in het parlement is vertegenwoordigd. De partij had veel lijstduwers op de kandidatenlijst. Dit waren onder andere Paul Cliteur, Martin Gaus, Maarten 't Hart, Kees van Kooten, Rudy Kousbroek, Georgina Verbaan, Jan Wolkers
De Partij voor de Dieren werd direct na de val van kabinet-Balkenende I in oktober 2002 opgericht uit onvrede over het dieronvriendelijk geachte kabinetsbeleid. De kritiek richtte zich tevens op meer 'diervriendelijke' politieke partijen als bijvoorbeeld GroenLinks, die al jaren te weinig prioriteit zouden geven aan de bewerkstelliging van meer dierenwelzijn en dierenrechten. Zo zouden ze te weinig (vergaande) diervriendelijke maatregelen hebben genomen tijdens de kabinetten-Kok ("Paars 1 en 2"), toen de 'diervriendelijke' partijen een Kamermeerderheid hadden.
De in 2002 gangbare kritiek op de PvdD was dat het een 'one-issuepartij' is, die zich op niets anders dan dierenwelzijn richt. In het eerste partijprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 januari 2003 staat dat de PvdD zich op de eerste plaats richt op dierenwelzijn, maar daarnaast ook standpunten heeft die met economie, cultuur, gezondheid en welzijn, verkeer, milieu en onderwijs te maken hadden. De PvdD pretendeert noch links noch rechts te zijn en stelt dat het dierenrechtenthema de traditionele tegenstellingen tussen links en rechts, religieus en atheïstisch overstijgt.
Aanvankelijk diende ieder nieuw lid van de partij een ballotage te doorlopen, waarin hij diende te verklaren dat hij niet jaagt, zich niet bezighoudt met hengelsport en niet werkzaam is in de intensieve veeteelt of de pelsdierenfokkerij. Later heeft de partij besloten dat aspirantleden ook zonder ballotage lid konden worden..
Opspraak
Kwestie rond Pierson
Op 10 maart 2007 maakte NRC Handelsblad bekend dat de belangrijkste financier van de Partij voor de Dieren, Nicolaas Pierson, zijn geld verdient met de verkoop van geïmpregneerde klamboes waarvan de chemicaliën zijn getest op dieren. Ook zou zijn bedrijf samenwerken met het chemieconcern Bayer, dat erom bekend staat dierproeven te doen. Als reactie zei partijvoorzitter Thieme dat Pierson het geld op persoonlijke titel doneerde, en een bijdrage van zijn bedrijf niet geaccepteerd zou zijn geworden, Ook noemde ze de proeven "een noodzakelijk kwaad."[4]
Zevendedagsadventisten
Zowel Thieme als aspirant-Eerstekamerlid Niko Koffeman, behoort tot het kerkgenootschap van de Zevendedagsadventisten. Hierdoor ontstond in april 2007 de nodige opschudding. Thieme gaf een interview aan De Telegraaf, waarin zij verklaarde dat Adam en Eva vegetariërs waren en pas na de zondeval vlees waren gaan eten. Dat ze door deze uitspraak pleitte voor vegetarisme, maar meer nog voor haar geloof in de schepping, viel niet bij iedereen in goede aarde. Thieme zou volgens Maarten 't Hart al eerder een passage uit het verkiezingsprogramma voor de Europese Verkiezingen geschrapt willen hebben waarin de evolutietheorie als verklaring van het ontstaan van soorten werd gegeven. Naar aanleiding hiervan noemde oud-lijstduwer Maarten ’t Hart Thieme en Koffeman "bij uitstek ongeschikt om een partij te leiden."
In een weerwoord heeft Thieme aangegeven dat de kritiek geen hout snijdt. Haar keuze voor de Adventkerk in 2006 houdt volgens haar bijvoorbeeld geen verband met het partijprogramma uit 2004. Verder was de uitspraak over Adam en Eva een antwoord op de vraag van de Telegraaf, hoe het beschermen van dieren te rijmen viel met de dierenoffers die in de Bijbel worden genoemd. Dat de passage over de evolutietheorie uit het verkiezingsprogramma voor de Europese Verkiezingen geschrapt was, was mede in overleg gebeurd met de 80% atheïsten die in het bestuur van de Partij van de Dieren zaten.
Partijleider en fractievoorzitter Marianne Thieme
Trots op Nederland

Trots op Nederland (Trots op NL) is de voorlopige naam van een Nederlandse politieke beweging, opgericht door het niet partijgebonden lid van de Tweede Kamer Rita Verdonk. De beweging werd op 17 oktober 2007 door Verdonk aangekondigd, twee dagen nadat ze haar lidmaatschap van de VVD had opgezegd en enkele weken nadat ze uit de Tweede Kamerfractie van deze partij was gezet.
Behalve Verdonk zijn onder meer haar adviseurs Kay van de Linde, Ed Sinke en Hans Nieukerke bij de beweging betrokken. Trots op NL zal geen leden hebben. Donateurs en vrijwilligers hebben geen statutaire rechten en inspraak inzake het bepalen van de koers. Trots op NL wil discussies organiseren, zowel via internet als openbare bijeenkomsten. Voorafgaande aan die discussie is wel al bepaald wat de speerpunten van de beweging zullen zijn: de zorg, de kwaliteit van het onderwijs, de bestrijding van files en immigratie en integratie. Politici en opniemakers hebben er op gewezen dat de beweging mogelijk ondemocratisch is opgezet.[2]
De naam Trots op Nederland is onderwerp van discussie, omdat het CDA bij de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen 2006 eveneens gebruik maakte van deze leus en het niet uitsloot deze ook in de toekomst te willen gebruiken. Verdonk reageerde hierop door te stellen dat ze dit niet had beseft en dat de naam van de beweging nog niet definitief vaststaat.
|
|
|
|
Oprichter |
|
|
|
|
|
Oprichting |
|
|
Richting |
|
|
|
|
|
Ideologie |
|

Het versterken van de maatschappelijke positie van onze gemeenschap en onze mensen en het onderhouden van positieve relaties met anderen op basis van wederzijds respect en verdraagzaamheid.
De AEL is van mening dat het verdedigen en bevorderen van onze Arabische en Islamitische identiteit, taal en cultuur een plicht is die wij aan God, aan onszelf en aan onze kinderen verschuldigd zijn. De AEL is in de jaren ’90 opgericht, eerst in België, waar haar charismatische voorman Dyab Abou Jahjah van zich liet spreken en later in Nederland, maar zonder een echt aansprekende voorman tot nu toe. In België kregen ze bij de laatste verkiezingen weinig aanhang. Misschien wel omdat zij zich sterk richt op Arabieren en veel Moslims nu eenmaal niet meteen ook Arabier zijn. Bijvoorbeeld veel Marokkanen en Noord-Afrikanen zijn van niet- Arabische, maar Berberse afkomst zijn. Veel Berbers (Imazighen) zien de Arabieren nog als halve overheersers, terwijl sommige Arabieren op Berbers neerkijken. Berbers zijn in het algemeen minder streng in de Islam en hebben een eigen cultuur en taal, die een van de oudste van Noord-Afrika is en die volledig verschilt van het Arabisch.
Een andere reden zou kunnen zijn dat de AEL niet echt streng religieus is.
Ze hebben tot nu toe niet echt zetels veroverd, maar vormt wel de enige “Islamtische” partij in Nederland
Hoofdpunten:
|
• |
Aanpak autochtone ouders, die hun kinderen niet naar scholen willen sturen met “teveel”allochtone leerlingen. |
|
• |
Bestrijding van racisme. |
|
• |
Bestrijding van het zionisme (dat de Joden in Israël recht hebben op een eigen staat). |
|
• |
Palestijnen hebben recht op een levensvatbare en onafhankelijke staat, naast Israël. |
|
• |
Bevorderen van democratie in Arabische landen, zonder Amerikaanse tussenkomst. |
|
• |
Volledige vrijheid om een hoofddoek te dragen. |
|
• |
Bestrijden van Islamfobie (Angst voor de Islam). |
|
• |
Bestrijding van discriminatie bij sollicitatie en op de arbeidsvloer. |
|
• |
Politie moet iedereen gelijk behandelen. |
|
• |
Bestrijding suggestieve berichtgeving in de media, zoals bij het doodrijden van Ali El B. |
|
• |
Bestrijding van electoraal opportunisme door zowel rechts als links Nederland. |
|
• |
Bescherming van de democratische rechtsstaat tegen uitholling daarvan door anti-terreurwetgeving. |

















