Utrechts Stedelijk Gymnasium
HOME | actueel | het usg | docenten | vakken | leerlingen | ouders | schoolgids | vacatures | webmail | sitemap

 

 

studieplanner MAW 5.4

Maw, klas 5, kwintaal 4

Week Leerstof Opdrachten Bijzonderheden
17-18 mr
lessen vervallen vanwege literatuurdag en PWS presentaties
24-25 mrt
Hst 5 (herhaling kort) en 6 van de MC samenleving.
Zorg dat je alle VWO opdrachten en opdrachten met een bron hebt gemaakt voor vrijdag.
Stap 1 t/m 3 SWO is ingeleverd en wordt verder in de klas besproken. Daarna vervolgstappen. Neem het stappenplan mee.
Bezoek mevr Smeekes ivm SWO, 40 minutenrooster, laatste les duurt 20 minuten langer, om optimaal van de aanwezigheid van mevrouw Smeekes gebruik te kunnen maken
3 maart1-1 april
Donderdag SE 3 MC Samenleving en Begrippen sociaal wetenschappelijk onderzoek
Vrijdag eerste kennismaking met ISK leerlingen. Sta na afloop van het 7e uur zo snel mogelijk klaar bij de uitgang van de fietsen stalling.
Eindtijdstip uiterlijk 17.05
7-8 april
Deze week bestudeer
- Hfd 1 criminaliteit en rechtsstaat
- Hfd 2 criminaliteit en rechtsstaat
Deze week2 Huiswerk hfd 1: VWO vragen + vragen met bronnen.
Let op! Voor het onderzoek moet je nu de data gaan verzamelen, de data coderen en analyseren (stap 6 en 7)
Deze week is er alleen op vrijdag het 8e uur les. Dan wordt de toets over de MC samenleving teruggeven. Gebruik de rest van de tijd voor je PO en het maken van je huiswerk voor criminalitei
14-15 april
Do:
-Hfd 2 criminaliteit en rechtsstaat
Vr:
-Gelegenheid om vragen te stellen over datacodering en data-analyse via de mail.
Do: huiswerk hfd 2, VWO vragen + vragen met bronnen.
Dataverzameling, -codering en -analyse (en rapportage).
21-22 april
-Do: Hfd 3 criminaliteit en rechtsstaat
VR: SO hst 1 en 2.
Vr:
-Ex-delinquent in de les na afloop van de SO
Huiswerk hfd 3, VWO vragen + vragen met bronnen.
Dataverzameling, -codering en -analyse (en rapportage).
28-29 april
Do:
-ISK project op USG van 13.30 tot 17.00 uur
Vr:
- hst 4 criminaliteit en rechtsstaat
- Uitleg over presentatie onderzoek en presentatie-eisen + werken aan presentaties en bespreken commentaar op onderzoeksverslagen.
Huiswerk hfd 4: VWO vragen + vragen met bronnen.
Di: voorlopige onderzoeksverslagen inleveren via de mail,als je nog commentaar wil.
.

nota bene

Evaluatievragen:
1. Hoe was je studiehouding tot nu toe? Heb je het werk op tijd gedaan, heb je aandacht aan de les gegeven?
2. Wat waardeerde je aan het onderwerp?
3. Wat waardeerde je aan de aanpak? Tips ter verbetering?
4.Wat vond je van de klas? Betrokkenheid, participatie? Waar bleek dat uit?
5. Wat vond je van de leraar/ Doet hij zijn werk goed?
6. Hoe heb je je op de toets voorbereid? Ben je op tijd begonnen en wat hield dat in?Heb je de begrippen en theorieën en wetenswaardigheden echt geleerd, de opdrachten er nog eens bij genomen?
7. Conclusie: wat is goed gegaan, wat juist niet?
8. Wat verwacht je voor cijfer voor je actieve studiehouding?
9. Wat wil je zo houden, wat kan verbeterd worden?Waar heb je hulp nodig?
Je krijgt deze periode SO's.
De So's tellen zwaar mee voor je actieve studiehouding. Je kunt nooit lager krijgen voor je Actieve Studiehouding dan het cijfer dat je daar gemiddeld voor haalt!
Begrippen en wetenswaardigheden hst 1
Wat is criminaliteit?
Hoofdonderwerpen:
1. De verschillende soorten criminaliteit
2. Gevolgen van criminaliteit en de manier waarop burgers betrokken zijn bij criminaliteit
3. De veranderingen in rechtsregels door de tijd heen en de internationale verschillen tussen landen en culturen in rechtsregels.
Waarden
Normen
Rechtsnormen
Rechtsregels
Rechtsbronnen (voorbeelden van)
Crimineel gedrag (verschil met onmaatschappelijk gedrag)
Jurisprudentie (gevolgen voor wetgeving)
Functies rechtsregels
Wetboek van strafrecht (aanpassingen en welke redenen daarvoor zijn
Strafwaardig (en verschil met strafbaar)
Vergelijkende (of historisch-geografische) invalshoek: Verschillen in rechtsregels door de tijd heen en in vergelijking tussen landen en culturen
Misdrijven en overtredingen en het verschil hiertussen
Criminalisering en decriminalisering
Wie bepaalt wat crimineel is en niet
Soorten criminaliteit op basis van gepleegde delicten
Categorieën delicten en overlap ertussen
Criminologen
Wel of niet eenduidige verklaringen voor criminaliteit en waarom?
Criterium voor indeling criminaliteit op basis de gevolgen, die een delict heeft voor de slachtoffers en voor de maatschappij als geheel.
Veelvoorkomende criminaliteit
Zware criminaliteit
Georganiseerde criminaliteit
Waarom is criminaliteit een sociaal en politiek probleem
Relatie tussen culturele dimensie en de manier waarop men aankijkt tegen criminaliteit
Gevolgen criminaliteit (onderscheid tussen materiële schade en immateriële schade)
Initiatieven burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen om criminaliteit te voorkomen en bestrijden.
Reclassering (en haar 3 hoofdtaken)
Coornhertliga
Rechten van slachtoffers
Aandacht voor slachtoffers via Bureau slachtofferhulp, schadefonds geweldsmisdrijven, stichting blijf van mijn lijf, meldpunt discriminatie, stichting zinloos geweld.
Hst 2
Hoe veilig is Nederland?
Hoofdonderwerpen:
1. Hoeveel criminaliteit is er in Nederland en hoe onveilig is Nederland nu eigenlijk?
2. Manieren waarop criminaliteit kan worden gemeten/onderzocht
3. De relatie tussen beeldvorming en gevoelens van onveiligheid door criminaliteit
Onderzoeksmethoden: Kwantitatief en kwalitatief onderzoek (hoe werkt men daarmee in de criminologie).
Kwaliteit van je onderzoek wordt bepaald door:
• betrouwbaarheid
• validiteit
• Generaliseerbaarheid
Geregistreerde criminaliteit (verschil met de werkelijkheid)
Redenen waarom niet alle criminaliteit wordt geregistreerd
Redenen waarom niet alle door de politie onderzochte strafzaken voor de rechter komen
Seponeren
Transactie (in strafzaken)
Redenen waarom het lastig is om aan de hand van geregistreerde criminaliteitscijfers te bepalen of criminaliteit toe- of afneemt.
Selectieve opsporing
Verborgen criminaliteit
Slachtofferenquêtes (voor- en nadelen)
Slachtofferloze criminaliteit
Daderenquêtes of “self report studies”
Samenhang tussen beeldvorming over criminaliteit en de soorten (kwaliteit van) media die burgers raadplegen, plus rol andersoortige informatiebronnen.
Referentiekader
Generaliseerd en stereotype beeld van criminaliteit
Beeldvorming criminaliteit op basis van lange termijnontwikkelingen (feiten en gegevens)
Verklaringen voor toename criminaliteit (ook recente ontwikkelingen)
Maatschappelijk middenveld
Vergelijkingen met andere landen
Begrippen en wetenswaardigheden Criminaliteit en rechtsstaat
hst 3 en 4
Hst 3 Oorzaken van criminaliteit
Hoofdvraag: Welke factoren vergroten kans dat mensen (en sociale groepen) crimineel worden, wat is daarin de rol van persoonlijke kenmerken, omstandigheden en ontwikkelingen en wat is de invloed van maatschappelijke factoren: sociaaleconomische, sociaal culturele en politiek-juridische aspecten
Par 1. Wie is crimineel?
Kenmerken van de gemiddelde crimineel op basis van:
a. Geslacht
b. Leeftijd (verklaringen voor de oververtegenwoordiging van jongeren)
c. Sociale/maatschappelijke positie (sociaal-economische klasse, witteboordencriminaliteit
d. Etniciteit (Oververtegenwoordiging allochtonen plus nuanceringen)
e. Locatie/plaats waar iemand woont (hogere cijfers in de stad, verklaringen)
Par 2. Criminologie
a. Definitie criminlogie (verschil tussen beschrijvende en theoretische)
b. 3 Soorten theoretische benaderingen in de criminologie: micro-niveau(A), meso-niveau(B), macro-niveau (C)
A. Op micro-niveau: Biologische en psychologische verklaringen
Onderzoek naar gedrag van persistente delinquenten:
*Onderzoek naar biologische verschillen zoals genetische en neurofysiologische kenmerken
* Onderzoek naar psychologische en functionele persoonlijkheidskenmerken
B. Op meso-niveau: Sociaalpsychologische verklaringen ( primaire en secundaire socialisatie)
C. Op macro-niveau: Sociologische verklaringen (zoals bijv. minder sociale controle,
toenemend alcoholgebruik onder jongenen, gekoppeld aan uitgaansgedrag, werkeloosheid,
Veranderende waarden en normen, kleinere pak- en strafkans, sociale ongelijkheid,
verminderde sociale cohesie,enz
par 3. Theorieën over criminaliteit
• Sociobiologische theorie (Wilson, Buikhuizen, Lombroso)
• Aangeleerd-gedrag (of subculturele) theorie (Sutherland: sociaal-culturele invalsghoek))
• Gelegenheidstheorie (Felson: de gelegenheid maakt de dief)
• Anomietheorie( Merton: sociale ongelijkheid: sociaaleconomische invalshoek)
• Etiketteringstheorie: (Becker: stigmatisering leidt en self-fulfilling prophecy, media-hypes dragen daar aan bij, evenals door sommige politieke partijen telkens herhaalde (stereotype) beschuldigen van specifieke groepen versterkt vooroordelen en daarmee stigmatisering).
• Bindings- of integratietheorie (Hirschi: Versterken of herstellen van banden met vrienden, familie, werk voorkomt crimineel gedrag of leidt tot bijstelling daarvan. Groot deel van huidig beleid van de regering is hierop gebaseerd (Reclassering, Haltstraf en taakstraffen, bijv) Sociaal-culturele invalshoek.
• Sociale controle theorie (Sampson en Laub) Politiek-juridische en sociaal-culturele invalshoek (gebrekkige banden met samenleving en vooral ouders leiden eerder tot een afnemende sociale controle en minder ervaren dreiging van sancties. Wijzen met name op het belang van informele sociale controle binnen gezinsverband).
Karakteristieken van een gemiddelde crimineel (risicoprofiel):
*Jong
* Man
* Impulsief/Lage Zelfcontrole
*Slechte sociale bindingen
*Weinig maatschappelijk perspectief
* Geringe sociale vaardigheden
* Lid van problematische subcultuur/etnische minderheid
*Achterstandswijk, lage sociale cohesie, weinig sociale controle
* Grote stad
Hst 4 De rechtsstaat
Hoofdonderwerp: Wat zijn de beginselen van de rechtsstaat welke regels daaruit gelden specifiek voor het strafrecht
4.1
Sociaal contract
Geweldsmonopolie
Definitie rechtsstaat
De twee taken van de overheid binnen een rechtstaat (wat houden die in?)
De beginselen/uitgangspunten van de rechtsstaat (Wat houden die in?)
Waarin zijn de beginselen vastgelegd?
Wat zijn de consequenties van de UVRM?
4.2
Wat wordt bepaalt door de beginselen van de rechtsstaat(en hoe verschilt dat per land)?
Waar gelden de uitgangspunten van de rechtsstaat nog meer voor (behalve voor het strafrecht)?
Doel van de trias politica (Wat houdt dit principe verder in?)
Wie is er verantwoordelijk voor het werk van het OM (wat houdt dat in?) en voor een deel van het werk van de politie?
Wie is er verder verantwoordelijk voor de politie?
Wat houdt het werk van de rechtelijke macht in? Wat zijn daarbinnen wezenlijke principes?
Hoe wordt de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht gegarandeerd (zie ook artikel 117 van de grondwet)
Aan welke wettelijke regels is de overheid gebonden (Waar komt dat in tot uiting?)
Inhoud en betekenis van van Legaliteitsbeginsel,maximumstraf, ne bis in idem-regel,Geen straf zonder schuld,verjaring
Wetboek van stafvordering (welke procedure is daar vastgelegd? Wat is het doel ervan?
Regels uit het wetboek van strafvordering (wat houden ze in?):
*Recht op een eerlijk proces
* Onschuldpresumptie
* Procedure (gevolgen bij het niet volgen daarvan?)
* Dwangmaatregelen
* Recht op een adequate verdediging
* Rechten van slachtoffers
4.3
Dilemma’s van de rechtsstaat (Twee afgeleide vragen)
Spanningen tussen de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de diverse actoren (Voorbeelden daarvan: Identificatieplicht, opsporingsbevoegdheden (wet BOB)), dubbele pet politie (driehoeksoverleg)), Dubbele pet OM, OM versus politie (opportuniteitsbeginsel), onafhankelijkheid rechters, wetgeving versus rechtspraak in een veranderende tijd.
4.4
Klassenjustitie en ongelijke kansen/sociale ongelijkheid, in welke mate komt het voor?
Twee beginselen om klassenjustitie te voorkomen.
Niveau’s waarop klassenjustitie kan voorkomen:
• Selectief optreden/selectieve perceptie van politie, OM, en rechters, verklaringen daarvoor

Ina Boudier Bakkerlaan 7 | 3582 VA Utrecht | Tel. 030-2122199 | Fax 030-2122190 | info@usgym.nl

NFG Net Facilities Group BV
webmaster@usgym.nl